Homo en orthodox verkennen grens in gebedsruimte
Ruimte geven aan de orthodoxie is één van de zes uitgangspunten van stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch in zijn visie op de integratie van moslims. Dit betekent wel degelijk dat je kritisch mag zijn over orthodoxen, stelt Marcouch tijdens de bijeenkomst van de religieus-seculiere kring in de gebedsruimte van de Poldermoskee, waar de orthodoxe student Moheb (student Farmacie, Leiden) discussieert met de Limburgse homoseksueel Paul (Rotterdam).
"Dit hoort niet in de gebedsruimte", zegt Moheb tegen de honderddertig

deelnemers van de religieus-seculiere kring, zittend zonder schoenen aan. Homofilie is het gevolg van opvoeding en films kijken, zegt Moheb tegen de eens getrouwde Paul die pas op rijpe leeftijd ontdekte homoseksueel te zijn. Moheb stelt dat de islam homoseksualiteit weliswaar als grote zonde ziet, maar niet als de allergrootste zonde: ´Het gebed niet verrichten is veel erger´. De joodse Erwin Brugman beaamt: ´Het enige wat de homo doet is één regel overtreden, belangrijker is de regel van sjabbat houden´. Moskeevoorzitster Yassmine Elksaihi die eenmaal per maand in de Poldermoskee een taboe bespreekbaar maakt, verwacht dat hier de eerste moslimhomo uit de kast komt: ´Wij ontwikkelen ons.´ Marcouch kwalificeert het als een historisch debat. Na het suikerfeest bij de moslimhomo's van Habibi Ana kwamen twintig Marokkaanse mannen verhaal halen op het kantoor van Marcouch. Na discussie over humaniteit in de islam zeiden enkelen: ´Laten wij elkaar geen mietje noemen, in Marrakesh is tien procent van de Marokkanen homoseksueel´.