Portret van Ahmed Marcouch

Zoeken

Kruimelpad

 

Portret van Ahmed Marcouch

11 november 2008

Ahmed Marcouch (1969)

Ahmed Marcouch is voorzitter van het dagelijks bestuur voor de PvdA. Zijn portefeuille bevat: algemene zaken, veiligheid, welzijn en onderwijs, communicatie en participatie,  personeel en organisatie. Vanaf 1 november 2006 woont Ahmed Marcouch in de Delflandpleinbuurt in Slotervaart. Hij is gescheiden en heeft een dochter en twee zoons. Ahmed Marcouch werd geboren in Beni-Boughafer, een kustplaatsje in Noord-Marokko. De vader van Marcouch was begin jaren zeventig naar Europa vertrokken en werkte als gastarbeider in Amsterdam. Voor het jongetje Marcouch was Amsterdam dan ook een tijd de stad ‘die me mijn vader had ontnomen’. Er stond tegenover dat de familie door de vaste inkomsten die uit datzelfde Amsterdam naar Beni-Boughafer stroomden, status had in het eigen dorp. Vader Marcouch kwam elk jaar twee weken met vakantie naar het herkomstdorp, maar jarenlang werd het contact tussen vader en kinderen vooral onderhouden via ingesproken cassettebandjes die maandelijks per post werden verstuurd.

In twee jaar Nederlands geleerd

Zijn moeder overleed, toen hij pas drie jaar oud was en zij had toen negen kinderen ter wereld gebracht. De vader van Marcouch kreeg met zijn tweede vrouw nog eens vijf kinderen. Pas in 1979, toen Marcouch en de rest van het gezin met hun vader herenigd werden, zag Marcouch Amsterdam met eigen ogen. De familie woonde in de Oosterparkbuurt in Amsterdam-Oost. In zijn geboortedorp had Marcouch nooit een dag op school gezeten. In Amsterdam op de Vierde Montessorischool in Amsterdam-Oost leerde hij in twee jaar de Nederlandse taal en lezen en schrijven. ‘Ik heb twee jaar heel hard gewerkt, was enorm gemotiveerd. We werden heel goed door onze juf begeleid. Ik heb de taal geleerd door het hardop dreunen van teksten, zoals je de koranteksten in de moskee leert.’

Daarna volgde hij het Individueel Technisch Onderwijs (ITO) en de mts. Na de middelbare school werkte hij tien jaar bij de Amsterdamse politie, waarvan de laatste vijf jaar als brigadier. Hij had een baan als leraar maatschappijleer aan het ROC en was procesmanager jeugdbeleid van de Gemeente Amsterdam. De laatste jaren,  voordat hij in april 2006 aantrad als stadsdeelvoorzitter in Slotervaart, kreeg hij vooral bekendheid als woordvoerder en bestuurslid van de Unie Marokkaanse Moskeeën Amsterdam en Omstreken.

Ouders en opvoeding

Stadsdeel Slotervaart kent grote sociaal-economische tegenstellingen. Een groot deel van de bevolking is relatief welvarend en verdient bovenmodaal. Maar bijvoorbeeld in Overtoomseveld bevindt zich een lange strook met slecht onderhouden flatgebouwen, bewoond door voornamelijk grote Marokkaanse en andere allochtone gezinnen. In dat deel van de wijk komen relatief veel problemen voor: veel uitkeringstrekkers, lage inkomens, werkloze jongeren, ouderen die geen Nederlands spreken, jongeren die hun school niet afgemaakt hebben, criminele jongeren en een inmiddels beruchte groep radicaliserende jongeren.

Marcouch wil die complexe problemen gaan aanpakken door vooral de ouders aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. ‘De grootste winst haal je bij ouders. Als de ouders  intensief betrokken zijn bij de opvoeding van hun kinderen, dan komt het goed. Dus ze moeten vanaf dag één structuur aanbrengen in de levens van hun kinderen. Veel Marokkaanse ouders hebben niet door dat ze hun zonen in een stad als Amsterdam anders moeten opvoeden dan in hun oude dorp. Ik werd in mijn dorp mede opgevoed door mijn oma, mijn oom, door de imam, een man met gezag. In de stad kijkt niemand naar je om als de ouders dat niet doen. Dan word je een normloos kind. Veel Marokkaanse jongens kunnen zonder sociale controle urenlang op straat rondhangen. Daardoor missen ze ook heel veel. Misschien worden ze gediscrimineerd, maar dat zijn dan obstakels die ze moeten nemen, want Nederland is ook een land van kansen. Je moet leren om die te grijpen. En daar zul je veel voor moeten doen: vaardigheden ontwikkelen, de taal goed leren spreken. Dan heb je geen tijd om rond te gaan hangen. En anders moet je vervolgens niet met een halve vmbo-opleiding gaan roepen: “Hé, ik krijg geen baan.” Nee vriend, zo werkt het niet. Kwalificeer jezelf. Dat is wat deze samenleving van je eist.’

Voorwaarden scheppen

Veel Marokkaanse ouders laten, volgens Marcouch, hun zonen hun gang gaan, zelfs als ze inmiddels een criminele loopbaan hebben opgebouwd of op een andere manier het verkeerde pad op gaan. ‘Ze zijn vaak op een verkeerde manier streng. Zij denken misschien dat ze het goed doen door tegen hun zoontje te preken dat tot half elf ’s avonds op straat hangt. Een onsje voorbeeld doet meer, dan een kilo preken. Ze moeten er gewoon voor dat kind zijn. En ze moeten de voorwaarden voor zo’n jongen scheppen om zich te ontwikkelen. Als je wilt dat je zoon goed op school is, moet je zorgen dat er boeken in huis zijn. Dat hij zijn huiswerk maakt. Dat hij een plek en een bureautje heeft waar hij aan kan studeren. Je kunt een kind van twaalf niet aan zichzelf overlaten en verwachten dat hij dat allemaal zelf organiseert. Je moet zo’n kind sturen, begeleiden en je moet erbij zijn. Je kunt als ouder de keuze maken om een keer korter naar Marokko te gaan en een computer te kopen, weet je. Dat soort dingen. Je ziet bij succesvolle kinderen dat de ouders wel bij de opvoeding betrokken zijn. Die gaan met hun kinderen naar de voetbalclub, die volgen hun kinderen op school, ook al zijn ze zelf soms ongeschoold.’